Het reglement over de vaststelling van de gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 moet worden goedgekeurd.
Leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten moet worden bestreden om gemeentelijk verval tegen te gaan. Langdurige leegstand en verwaarlozing tasten de onmiddellijke omgeving aan en dragen bij tot het elders aansnijden van nog onbebouwde ruimte. Het hergebruiken van deze onbenutte ruimten is dus een belangrijke opgave om duurzame ruimtelijke ontwikkeling te bevorderen.
Hier wil de Vlaamse overheid iets aan doen. Het kader voor deze acties wordt geboden door het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Voor leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten wordt er een jaarlijkse Vlaamse heffing ingevoerd vanaf het kalenderjaar dat volgt op de derde opeenvolgende registratie in de inventaris, zijnde het aanslagjaar. De heffing komt ten laste van diegene die op 1 januari van het aanslagjaar houder van het zakelijk recht is.
Overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en/of verwaarlozing van bedrijfsruimten, dient elke gemeente ieder kalenderjaar een gemeentelijke lijst op te stellen van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten die op haar grondgebied zijn gelegen. Een bedrijfsruimte is de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 aren. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief benut wordt als verblijfplaats.
Deze lijst dient vóór 1 maart van elk kalenderjaar aan het departement te worden toegestuurd. De gemeenten die hun gemeentelijke lijst hebben ingestuurd vóór 1 maart van het kalenderjaar hebben recht op 20 % van de elk jaar geïnde heffingen, die betrekking hebben op de bedrijfsruimten die op hun grondgebied zijn gelegen.
Ter bestrijding van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten is het bovendien gerechtvaardigd om daarbovenop ten voordele van een lokaal bestuur, opcentiemen te heffen op de gewestelijke heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente, ingevoerd door het decreet van 22 december 1995 betreffende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, en overgenomen door het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, zoals gewijzigd.
Het lokaal bestuur kan een beroep doen op de medewerking van de Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze gemeentelijke opcentiemen. Het voordeel is dat de aspecten van invordering en bezwaren door het Vlaams Gewest gebeuren.
De gemeenteraad besliste reeds op 9 september 2025 om 150 opcentiemen te heffen op de gewestelijke heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Hoegaarden.
Het reglement over de vaststelling van de gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt nu ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Artikel 1. Dit reglement vervangt het desbetreffend besluit dd 9.09.2025.
Artikel 2. Het reglement over de vaststelling van de gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, dewelke integraal deel uitmaakt van deze beslissing, wordt goedgekeurd.