Terug
Gepubliceerd op 30/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

di 23/12/2025 - 20:00

Goedkeuring belastingreglement op ontgravingen

Aanwezig: Evelien Janssens, Voorzitter
Joris Verbaeten, Burgemeester
Jean-Pierre Taverniers, Marleen Lefevre, Filip Havet, Loes Ginckels, Schepenen
Marc Rimanque, Christel Scheepmans, Conny Gevens, Katrien Vits, Hanne Wynants, Benjamin Lefevre, Hans van Stiphout, Joris Denhaen, Eddy Buccauw, Hilde Schoovaerts, Glenn Coenen, Raadsleden
Bart Hendrix, Algemeen directeur
Regelgeving
  • artikel 170, §4, van de Grondwet;
  • het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
  • het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
  • de omzendbrief dd 15.02.2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van Vlaams minister van binnenlands bestuur, L. Homans;
  • het begraafplaatsenreglement goedgekeurd GR 13.10.2015, gewijzigd GR 20.12.2022 
Argumentatie en klimaattoets

Het ontgraven of verplaatsen van stoffelijke resten brengt kosten met zich mee door de inzet van personeel en materieel. Door middel van een specifieke belasting levert de aanvrager een financiële bijdrage.
De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige belastingdruk wordt nagestreefd.

Publieke stemming
Aanwezig: Evelien Janssens, Joris Verbaeten, Jean-Pierre Taverniers, Marleen Lefevre, Filip Havet, Loes Ginckels, Marc Rimanque, Christel Scheepmans, Conny Gevens, Katrien Vits, Hanne Wynants, Benjamin Lefevre, Hans van Stiphout, Joris Denhaen, Eddy Buccauw, Hilde Schoovaerts, Glenn Coenen, Bart Hendrix
Voorstanders: Evelien Janssens, Joris Verbaeten, Jean-Pierre Taverniers, Marleen Lefevre, Filip Havet, Loes Ginckels, Marc Rimanque, Christel Scheepmans, Conny Gevens, Katrien Vits, Hanne Wynants, Benjamin Lefevre, Hans van Stiphout, Joris Denhaen, Eddy Buccauw, Hilde Schoovaerts, Glenn Coenen
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
BESLUIT

Art. 1  Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de ontgravingen van stoffelijke overblijfselen op de gemeentelijke begraafplaatsen.

Art. 2  De belasting is verschuldigd door degene die de machtiging tot ontgraving aanvraagt.

Art. 3  De belasting wordt  vastgesteld op

-          750 EUR voor elke ontgraving of verplaatsing van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten,

-          75 EUR voor elke ontgraving of verplaatsing van gecremeerde stoffelijke overschotten,

Vrijstelling van  belasting wordt  toegestaan voor kinderen beneden de 18  jaar  op de datum van het overlijden.

Art. 4  Geven geen aanleiding tot de toepassing van deze belasting :

a)    de ontgravingen verricht in uitvoering van rechterlijke beslissingen ;

b)    de ontgravingen van in geconcedeerde grond geplaatste stoffelijke overschotten of urnen in nissen bij verandering van de bestemming van de begraafplaats ;

c)    de verplaatsing van urnen naar een columbarium indien dit niet klaar was op het ogenblik van het overlijden en voor zover die plaatsing schriftelijk aangevraagd werd bij de verassing;

d)      de ontgravingen van burgerlijke en militaire oorlogsslachtoffers die op aanvraag van de verwanten of van de bevoegde overheden geschieden.

Art. 5  Vanaf de dag van de ontgraving moet de belasting contant worden betaald, tegen afgifte van een ontvangstbewijs.  Bij gebreke van contante betaling binnen de 10 dagen na de ontgraving wordt de belasting ingekohierd, kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door door het college van burgemeester en schepenen.

Art. 6  De belastingplichtigen kunnen bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.  De bezwaren moeten schriftelijk worden ingediend, worden ondertekend en gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Art. 7  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.