Terug
Gepubliceerd op 30/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

di 23/12/2025 - 20:00

Goedkeuring belasting op ontbrekende parkeerplaatsen

Aanwezig: Evelien Janssens, Voorzitter
Joris Verbaeten, Burgemeester
Jean-Pierre Taverniers, Marleen Lefevre, Filip Havet, Loes Ginckels, Schepenen
Marc Rimanque, Christel Scheepmans, Conny Gevens, Katrien Vits, Hanne Wynants, Benjamin Lefevre, Hans van Stiphout, Joris Denhaen, Eddy Buccauw, Hilde Schoovaerts, Glenn Coenen, Raadsleden
Bart Hendrix, Algemeen directeur
Feiten en context

Het voorstel is om de belasting op ontbrekende parkeerplaatsen te behouden, maar enkel een paar kleine taalcorrecties uit te voeren. 

Regelgeving
  • Artikel 170, § 4 van de Grondwet is van toepassing;
  • Desbetreffende artikelen van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen zijn van toepassing;
  • Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelasting is van toepassing;
  • Het decreet van 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning, hierna genoemd Omgevingsvergunningsdecreet is van toepassing;
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 27.11.2015 tot uitvoering van het Omgevingsvergunningsdecreet is van toepassing;
  • Het raadsbesluit tot goedkeuring van de stedenbouwkundige verordening betreffende parkeerplaatsen dd 14.10.2014 en gewijzigd op 14.06.2022;
Argumentatie en klimaattoets

De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende parkeerplaatsen bij meergezinswoningen en groepswoningbouw is van toepassing;

Overwegende dat de kosten voor het aanleggen van parkeerplaatsen hoog oplopen; dat deze belasting een doelbelasting is zodat de bouwheren de verplicht opgelegde parkeerplaatsen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening parkeerplaatsen bij meergezinswoningen en groepswoningbouw toch zullen inrichten;

De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige belastingdruk wordt nagestreefd.

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.

Publieke stemming
Aanwezig: Evelien Janssens, Joris Verbaeten, Jean-Pierre Taverniers, Marleen Lefevre, Filip Havet, Loes Ginckels, Marc Rimanque, Christel Scheepmans, Conny Gevens, Katrien Vits, Hanne Wynants, Benjamin Lefevre, Hans van Stiphout, Joris Denhaen, Eddy Buccauw, Hilde Schoovaerts, Glenn Coenen, Bart Hendrix
Voorstanders: Evelien Janssens, Joris Verbaeten, Jean-Pierre Taverniers, Marleen Lefevre, Filip Havet, Loes Ginckels, Marc Rimanque, Christel Scheepmans, Conny Gevens, Katrien Vits, Hanne Wynants, Benjamin Lefevre, Hans van Stiphout, Joris Denhaen, Eddy Buccauw, Hilde Schoovaerts, Glenn Coenen
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
BESLUIT

Artikel 1.  Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt er ten voordele van de gemeente een belasting gevestigd op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen bij meergezinswoningen en groepswoningbouw overeenkomstig de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende parkeerplaatsen bij meergezinswoningen en groepswoningbouw.

Artikel 2. De aanslag wordt gevestigd in hoofde van de houder van de omgevingsvergunning die vanwege het college van burgemeester en schepenen op grond van deze vergunning een afwijking heeft bekomen op de bepalingen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende parkeerplaatsen bij meergezinswoningen en groepswoningbouw, meer bepaald overeenkomstig punt 6.1 en 7 van de verordening;

Als houder van de omgevingsvergunning wordt beschouwd diegene die de omgevingsvergunning bekwam of diegene die in zijn rechten en verplichtingen treedt om de werken, op basis van deze vergunning, uit te voeren.

De aanslag wordt gevestigd in hoofde van de eigenaar die één of meer in de omgevingsvergunning begrepen en reeds aangelegde parkeerplaatsen, naderhand wijzigt van bestemming of afschaft, zie punt 6.1 en 7 van de verordening.

De eigenaar moet binnen de maand aangifte doen van deze wijziging aan het College van Burgemeester en Schepenen. Bij ontstentenis hiervan is de belasting onmiddellijk opeisbaar bij vaststelling van deze feiten.

Artikel 3. De eenmalige belasting wordt vastgesteld op 20.000 euro per ontbrekende autoparkeerplaats.

Artikel 4. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op basis van het aantal ontbrekende parkeerplaatsen berekend aan de hand van de ingediende plannen.

Artikel 5. De belasting is verschuldigd vanaf de start van de werken (metselwerken en/of betonwerken).

Artikel 6. De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 7. De kohieren worden door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar, dat volgt op het aanslagjaar waarin het belastbare feit werd vastgesteld. Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel directeur, die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen. Als bijlage wordt een samenvatting toegevoegd van het reglement krachtens hetwelk de belasting is verschuldigd.

Artikel 8. De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven.

Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd, zal hij uitgenodigd worden op een hoorzitting.

Artikel 9. Alle bepalingen opgenomen in het gemeenteraadsbesluit van heden inzake de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende parkeerplaatsen bij meergezinswoningen en groepswoningbouw maken integraal deel uit van onderhavig belastingreglement.

Artikel 10. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.